Methode
Zo meet Upcite
Een cijfer is pas iets waard als je weet waar het vandaan komt. Daarom staat hier precies hoe Upcite meet. Laatst bijgewerkt op 12 oktober 2026.
1. We vragen zonder de naam van je klant
Een meetvraag noemt nooit de naam van het bedrijf dat we meten. We stellen de vraag zoals een klant die zelf stelt, bijvoorbeeld: welke [dienstverlener] in [regio] raad je aan? Zo meten we of een taalmodel je klant uit zichzelf noemt, en niet of het de naam herkent.
2. De vragen komen uit zoekdata
Meetvragen sluiten aan op waar mensen in de markt van je klant naar zoeken. Upcite stelt meetvragen voor op basis van zoekwoorddata. Een goede meetvraag beschrijft een echte keuze, met een behoefte, een situatie en de criteria waarop iemand kiest. Een vraag stuurt nooit naar je eigen klant.
In de keywordmodule tonen we zoekvolume als onderliggend zoekpotentieel, met bron, land en peildatum. Het voorspelt niet hoeveel mensen dezelfde vraag aan een taalmodel stellen.
3. Meerdere taalmodellen, zonder persoonlijk account
We meten in ChatGPT, Gemini, Perplexity, Google AI Overviews en Microsoft Copilot, vier keer per maand, en één keer per maand in Claude. We meten zonder persoonlijk account, zodat een antwoord niet is afgestemd op eerdere gesprekken van degene die meet.
4. Elke vraag meerdere keren
Een taalmodel geeft op dezelfde vraag niet altijd hetzelfde antwoord. Daarom stellen we elke vraag vier keer per maand, in losse meetrondes. Hoe sterk de antwoorden tussen meetrondes verschillen, zie je als volatiliteit.
5. Zo beoordelen we een antwoord
| Uitkomst | Betekenis |
|---|---|
| Genoemd als eerste tot en met vierde | Je klant komt in het antwoord als eerste, tweede, derde of vierde bedrijf naar voren |
| Genoemd buiten de top vier | Je klant wordt genoemd, maar na vier andere bedrijven |
| Genoemd zonder rangorde | Je klant wordt genoemd in een antwoord zonder volgorde, zoals een losse opsomming |
| Niet genoemd | Je klant komt in het antwoord niet voor |
De plek geeft aan waar je klant in het antwoord naar voren komt. Het is geen rangorde die het taalmodel zelf toekent. Per antwoord beoordelen we ook het sentiment en welke bronnen het taalmodel noemt.
6. Cijfers zijn tellingen
Elk percentage is een exacte telling binnen de meting. Genoemd in 18 van de 60 antwoorden is 30,0%. Op de meetkaart staat hoeveel antwoorden zijn meegeteld en hoeveel er ontbreken. We rekenen meetuitkomsten niet om naar bezoekers of omzet.
7. Volatiliteit
Per vraag en per taalmodel zie je hoe vaak je klant wordt genoemd, hoe de plek verschilt en of de genoemde bronnen wisselen. We maken onderscheid tussen verschillen binnen één meetronde en verschillen tussen meetdagen. We gebruiken geen grens voor stabiel die niet is onderbouwd.
8. Feiten over je klant
Een taalmodel kan iets onjuists zeggen over je klant, zoals een verkeerd adres of een dienst die het bedrijf niet levert. Met Feitencontrole beoordeel je elke uitspraak over een feit als correct, onjuist, verouderd, over een verkeerd bedrijf, of niet ondersteund door de genoemde bron.
Geen bron gevonden betekent niet dat het taalmodel iets verzint. Het betekent dat de uitspraak niet te controleren is.
9. De meetkaart
Bij elk rapport hoort een meetkaart. Daarop staat:
- de onderwerpen en het aantal meetvragen
- taal en regio
- de gemeten AI-systemen, met modelversie als die zichtbaar is
- de meetdagen en het aantal herhalingen
- hoeveel antwoorden gepland, beoordeeld, nog open of ontbrekend zijn
10. Wat we niet beloven
Upcite meet zichtbaarheid in taalmodellen. Het garandeert geen vermelding. Taalmodellen veranderen, en elke meting geldt binnen de grenzen die op de meetkaart staan.